Laboratorium Sensilia is een Frans, onafhankelijk familielaboratorium gevestigd in de Gironde (Frankrijk). Sinds 2019 zetten wij ons in voor het onderzoeken en vervaardigen van gezonde, innovatieve welzijnsproducten.
Artrose of dysplasie bij de hond: wat zijn de verschillen?
Artrose of dysplasie bij de hond: oorzaken, symptomen en verband. Dierenartsdiagnose, preventie (gewicht, activiteit) en de rol van Omega-3 om de mobiliteit te behouden.
Je hond kreupelt, twijfelt om in de auto te springen of komt ’s ochtends moeilijk overeind? Veel baasjes denken dan meteen aan artrose. Maar er is nog een andere veelvoorkomende oorzaak van gewrichtspijn: de dysplasie.
Deze twee aandoeningen uiten zich in bewegingsproblemen, maar hun oorzaken en mechanismen verschillen sterk. Dit onderscheid begrijpen is cruciaal: het maakt een betrouwbare diagnose mogelijk, helpt de preventie aan te passen en de juiste zorg toe te passen.
Dysplasie bij de hond: een bouwfout in het gewricht
Dysplasie is een misvorming van het gewricht die ontstaat vanaf de groei van de pup. Het treft vooral de heup en de elleboog, maar andere gewrichten kunnen ook aangedaan zijn.
Bij een aangedane hond past de dijbeenkop niet goed in de heupkom, of sluiten de botten van de elleboog niet harmonieus op elkaar aan.
Stel je een deur voor die slecht in zijn scharnieren hangt. Ze wiebelt, kraakt en slijt snel: dat is precies wat er gebeurt met het gewricht van een hond met dysplasie.
Ongelijke verdeling van gewicht en krachten: herhaalde microtrauma’s bij elke beweging.
Verzwakt kraakbeen: versnelde slijtage.
Botreacties: vorming van osteofyten (botuitwassen).
Ontsteking: de kraakbeenresten veroorzaken een synovitis (ontsteking van het synoviale membraan dat de gewrichten met een gewrichtsholte beschermt - de synoviale gewrichten)
Hazewinkel (2008) wijst erop dat dysplasie multifactorieel is: genetica, groeisnelheid, voeding en overgewicht beïnvloeden het ontstaan ervan.
Heupdysplasie
Heupdysplasie is een slechte aansluiting tussen de dijbeenkop en het acetabulum (de heupkom die normaal de dijbeenkop opvangt). Als deze kom te ondiep of misvormd is, wordt het gewricht instabiel.
Onderzoekers toonden aan dat heupdysplasie tot 50 % van de honden in bepaalde lijnen kon treffen voordat screeningprogramma’s werden ingevoerd.
Swenson et al.
Typische symptomen:
Periodieke kreupelheid vanaf jonge leeftijd (6–12 maanden).
Waggelende gang (heupdeining).
Moeite met opstaan na rust.
Terughoudendheid om in de auto te springen, lang te rennen of trappen te lopen.
Snelle vermoeidheid na inspanning.
Elleboogdysplasie
Elleboogdysplasie omvat verschillende ontwikkelingsafwijkingen die de mechanica tussen de humerus, de radius en de ulna (het andere bot van de onderarm, vroeger cubitus genoemd) verstoren. De belangrijkste vormen zijn:
FCP (Fragmented Coronoid Process): botfragment dat loskomt.
UAP (Ununited Anconeal Process): verbeningsdefect van een deel van de ulna.
OCD (Osteochondritis Dissecans): gescheurd kraakbeengebied dat kan loskomen.
Gewrichtsincongruentie: verkeerde uitlijning tussen radius, ulna en humerus.
Typische symptomen:
Periodieke kreupelheid aan een of beide voorpoten.
Zichtbare stijfheid na rust of inspanning.
Pijn bij het bewegen van de elleboog.
Minder steun nemen, de hond ontlast zijn poot.
In gevorderde gevallen: zwelling of warmte van het gewricht.
Een recente studie op basis van 17 861 röntgenfoto’s van honden van 13 rassen toonde aan dat elleboogdysplasie gemiddeld 11,4 % van de onderzochte populatie trof.
Roels J et al.
Klinische gegevens in Frankrijk (2002-2022):
Prevalentie per ras:
Dogue de Bordeaux: 32,2 %
Rottweiler: 21,3 %
Berner Sennenhond: 19,7 %
Cane Corso: 15,7 %
Geslachtsverschil: reuen waren vaker aangedaan dan teven (17,5 % tegenover 10,5 %).
Meest voorkomende letsels: gewrichtsincongruentie en FCP.
Om het goed te begrijpen: de prevalentie komt overeen met het aandeel getroffen honden binnen een bepaalde populatie. Een prevalentie van 32,2 % bij de Dogue de Bordeaux betekent bijvoorbeeld dat ongeveer één op de drie onderzochte honden elleboogdysplasie had.
Andere vormen van dysplasie
Schouder: minder vaak, vaak in combinatie met osteochondritis dissecans (OCD), met symptomen zoals kreupelheid aan de voorpoot, een verminderde bewegingsuitslag van de schouder en pijn bij inspanning.
Meervoudig of gecombineerd: sommige honden hebben zowel heup- als elleboogdysplasie, wat de bewegingsproblemen verergert.
Polygenetische overerving: niet alle honden die de aanleggenen dragen, ontwikkelen ook daadwerkelijk symptomen (Mäki et al., Animal Science, 2002).
Artrose bij de hond: een degeneratieve ziekte
Artrose (of osteoartritis) is een chronische en progressieve gewrichtsziekte die leidt tot afbraak van het kraakbeen, ontsteking van het gewricht en aanhoudende pijn. In tegenstelling tot dysplasie, die al vanaf de groei aanwezig is, ontstaat artrose vooral met de leeftijd of als gevolg van een trauma, een misvorming of overbelasting van het gewricht.
Stel je een metalen scharnier voor dat na verloop van tijd roest: het verliest zijn soepelheid, kraakt en blokkeert. Dat is precies wat er gebeurt met een gewricht met artrose.
Klinische mechanismen
Gewrichtskraakbeen dat dunner wordt: verlies van collageen en proteoglycanen.
Kraakbeenresten in het gewricht: veroorzaken een ontstekingsreactie.
Synoviale ontsteking: afgifte van cytokinen, prostaglandinen en leukotriënen die de pijn in stand houden.
Afbrekende enzymen (MMP, aggrecanasen): versnellen de afbraak van het kraakbeen.
Botreacties: verdikking van het subchondrale bot en vorming van osteofyten (botsporen).
de Bakker E, et al. (2017, Vet Rec.) toonden aan dat honden met artrose hoge niveaus van inflammatoire biomarkers in het gewrichtsvocht hebben, wat de sleutelrol van ontsteking bevestigt.
Typische symptomen
Ochtendstijfheid, die verbetert na een paar minuten lopen.
Duidelijkere kreupelheid na inspanning of aan het einde van de dag.
Minder zin om te spelen of te rennen.
Teruggetrokken gedrag, langer slapen, gedragsveranderingen (grommen bij het aanraken van het gewricht).
Alle rassen kunnen op oudere leeftijd artrose ontwikkelen, maar grote, snelgroeiende honden hebben een verhoogd risico. Verschillende studies tonen ook een verschil tussen de seksen, met een iets hogere prevalentie bij reuen.
In tegenstelling tot dysplasie, die bepaalde lijnen (Dogue de Bordeaux, Rottweiler, Berner Sennenhond) duidelijk vaker treft, is artrose veel universeler: het treft zowel grote, aanleg-gevoelige rassen als kleine honden met overgewicht.
Dysplasie en artrose: twee gerelateerde aandoeningen
De dysplasie is een structurele oorzaak, al aanwezig vanaf jonge leeftijd.
Deartrose is een evolutief gevolg, dat later optreedt, vaak als reactie op deze misvorming.
Vergelijkende tabel: Dysplasie vs. Artrose
Criterium
Dysplasie
Artrose
Leeftijd van optreden
Jonge hond (6-24 maanden)
Volwassen of senior (>7 jaar)
Hoofdoorzaak
Erfelijke misvorming
Slijtage + ontsteking
Symptomen
Vroege kreupelheid, onstabiele gang, vermijden van inspanning
Stijfheid, chronische pijn
Diagnose
Vroege röntgenfoto’s
Palpatie + beeldvorming
Verloop
Vatbaar voor artrose
Onomkeerbare progressie
Belang van een dierenartsdiagnose
Een hond die kreupel loopt of gewrichtsstijfheid vertoont, kan aan verschillende aandoeningen lijden: verrekking, kruisbandruptuur, ontwrichting, artrose of dysplasie. Alleen een dierenartsconsult levert een betrouwbare diagnose op.
De gebruikte methoden
Palpatie en klinisch onderzoek: de dierenarts controleert op pijn, crepitaties en een verminderde gewrichtsbeweeglijkheid.
Medische beeldvorming:
Röntgenfoto’s om osteofyten, laxiteit of groeiafwijkingen te bekijken.
CT-scan of MRI om kraakbeenletsels en gewrichtsincongruenties nauwkeuriger op te sporen.
Gevalideerde scores: instrumenten zoals de Canine Brief Pain Inventory (CBPI) of de Liverpool Osteoarthritis in Dogs (LOAD), die de pijn en de bewegingsproblemen objectief meetbaar maken.
Een vroege diagnose is essentieel: hoe eerder je ingrijpt, hoe meer je de progressie naar ernstige artrose kunt vertragen.
De juiste preventiereflexen
Vroege screening (puppy 6-12 maanden)
Gewichtscontrole vanaf de groei
Zachte & regelmatige activiteit
Marine Omega-3 (EPA+DHA)
Revalidatie na diagnose
Dysplasie
Selectie van fokdieren: radiografische screeningsprogramma’s om de genetische overdracht te verminderen.
Correctieve chirurgie: triple bekkenosteotomie of heupprothese in ernstige gevallen.
Functionele revalidatie: fysiotherapie, gerichte oefeningen en hydrotherapie.
Artrose
Gewichtsbeheer: obesitas verdubbelt bijna het risico op ernstige artrose.
Zachte en regelmatige activiteit: wandelen, zwemmen, onderwaterloopband.
Fysiotherapie en osteopathie: om de gewrichtsbeweeglijkheid te verbeteren.
De vetzuren EPA en DHA uit marine bronnen (visolie, groenlipmossel, algen) spelen een centrale rol in de gewrichtsgezondheid:
Ontstekingsremmende werking: modulatie van de enzymen COX en LOX, verantwoordelijk voor de aanmaak van inflammatoire mediatoren.
Vermindering van pro-inflammatoir cytokinen (IL-1, TNF-α).
Bescherming van het kraakbeen: beperking van de afbraak van collageen en proteoglycanen.
Klinisch bewezen effect: verbeterde mobiliteit en minder pijn.
Omega-3 is het meest effectieve voedingssupplement om gewrichtspijn bij honden te verminderen, in vergelijking met andere supplementen zoals collageen, cannabinoïden (CBD), glucosamine en chondroïtine.
Dysplasie enartrose zijn twee verschillende maar vaak samenhangende gewrichtsaandoeningen.
Dysplasie is een probleem van gewrichtsopbouw, al aanwezig vanaf de groei.
Artrose is een ziekte van progressieve afbraak, die optreedt met de leeftijd of als gevolg van onbehandelde dysplasie.
Vroege screening, een goed gewichtsbeheer, aangepaste activiteit en een voeding die verrijkt is met beschermende voedingsstoffen zoals Omega-3 helpen de mobiliteit te behouden en de levenskwaliteit van de betrokken honden te verbeteren.
Wetenschappelijke referenties
Swenson L, Audell L, Hedhammar Å. Prevalence and inheritance of and selection for hip dysplasia in seven breeds of dogs in Sweden and benefit: cost analysis of a screening and control program. JAVMA. 1997;210(2):207–214.
Mäki K, Groen AF, Liinamo AE, Ojala M. Genetic variances, trends and mode of inheritance for hip and elbow dysplasia in Finnish dog populations. Animal Science. 2002;75(2):197–207. doi:10.1017/S1357729800053001.
Roels J, Genevois J-P, Fostier-Humbert M, Porsmoguer C, Blondel M, Chanoit G, Fau D, Cachon T. Prevalence of elbow dysplasia in 13 dog breeds in France: a retrospective radiographic study (2002–2022). Am J Vet Res. 2024;85(12). doi:10.2460/ajvr.23.12.0290.
de Bakker E, Stroobants V, Van Dael F, Van Ryssen B, Meyer E. Canine synovial fluid biomarkers for early detection and monitoring of osteoarthritis. Veterinary Record. 2017;180(13):328–329. doi:10.1136/vr.103982.
Anderson KL, O'Neill DG, Brodbelt DC, Church DB, Meeson RL, Sargan D, Summers JF, Zulch H, Collins LM. Prevalence, duration and risk factors for appendicular osteoarthritis in a UK dog population under primary veterinary care. Sci Rep. 2018 Apr 4;8(1):5641. doi: 10.1038/s41598-018-23940-z. PMID: 29618832; PMCID: PMC5884849.
Barbeau-Grégoire M, Otis C, Cournoyer A, Moreau M, Lussier B, Troncy E. A 2022 Systematic Review and Meta-Analysis of Enriched Therapeutic Diets and Nutraceuticals in Canine and Feline Osteoarthritis. Int J Mol Sci. 2022;23(18):10384. doi:10.3390/ijms231810384.
Hazewinkel HAW. Elbow dysplasia; definitions and clinical diagnoses. In: Proceedings of the 23rd Annual Meeting of the International Elbow Working Group. 2008:8–12.
Dit artikel is geschreven door het R&D-team van Sensilia Laboratorium, expert in diervoeding.
Artrose of dysplasie bij de hond: wat zijn de verschillen?